Apistogramma commbrae

 

Artikel beschikbaar gesteld door :

Ton Engelen

Eind maart 1989 zag ik in een aquariumzaak in Ede een kleine wildvangpartij Apistogramma's.  Ze werden verkocht onder de naam Apistogramma borelli. Dat deze naam niet klopte was me direct duidelijk. Wat hun werkelijk soortnaam was wist ik op dat moment nog niet.  Hoewel de vissen volwassen waren, was het vrij moeilijk om de geslachten te onderscheiden. Toch lukte het me een mooi koppeltje uit te kiezen. De vissen waren erg donker van kleur.  De zwart-tekening, die alle Apistogramma's in meer of mindere mate bezitten, bedekte vrijwel het gehele lichaam. De staartvin was rond en de overige vinnen waren relatief klein en weinig uitgetrokken. Thuisgekomen gingen ze in quarantaine. Reeds na een week was ik er van overtuigd dat beide
vissen kerngezond waren. De zwarttekening was een stuk minder intens geworden en ze toonden een zeer karakteristiek vlekkenpatroon. Ze mochten toen in mijn grote bak (155 x 55 x 45) een koppeltje Mikrogeophagus altispinosa en Apistogramma pertense gezelschap gaan houden.
Ondertussen was ik in de literatuur gaan zoeken met welke soort ik eigenlijk te maken had. De dubbele staartwortelvlek en de drie horizontale strepen op het onderlichaam leidden al snel naar Apistogramma commbrae. Dit werd nog ondersteund door het feit dat zich in de wildvangpartij ook een enkel exemplaar van Apistogramma trifasciata bevond. Deze soort heeft hetzelfde herkomstgebied als de commbrae.  Toch heeft het nog vrij lang geduurd voor ik ervan overtuigd raakte werkelijk met deze soort van doen te hebben. Dit kwam doordat de enige foto die mij bekend is van Apistogramma commbrae een exemplaar afbeeldt dat vrij veel
(vooral qua zwarttekening) afweek van mijn vissen. Deze foto is te vinden in "Amerikanische Cichliden I, Kleine Buntbarsche" van Linke en Staek biz 47, en "Mergus Aquarien Atlas II" blz 823.
Het vindgebied van Apistogramma commbrae ligt in het zuid-westen van BraziliŽ en het noorden van Paraguay, in het stroomgebied van de Rio Paraguay. Hij wordt wel gerekend tot een van de oorspronkelijke en meest primitieve Apistogramma-soorten,  Dit komt door zijn sobere kleur, kleine vinnen, geringe grootte, verschil tussen de seksen en de in verhouding tot andere Apistogramma-soorten slecht ontwikkelde man-moeder familie.
Op 3 april, de vissen zaten 1 dag in mijn grote bak, begon het mannetje een klein territorium te verdedigen rondom een holletje onder een stuk hout.  Hij joeg constant achter het vrouwtje aan om haar aandacht te trekken.  Deze was daar echter niet zo van gediend. Zij zocht haar toevlucht in een holletje in een stuk hout, ongeveer 20 cm boven de bodem en 10 cm onder het wateroppervlak. Dit holletje werd door de man als prive-ruimte van het vrouwtje geaccepteerd. Hij kwam nooit verder dan de ingang. Als de vrouw tevoorschijn kwam
liet zij zichzelf meteen naar de bodem zakken, waar zij dan zeer passief bleef liggen. De man raakte hier zichtbaar zeer opgewonden van.  Zijn zwarttekening verdween tot op de lengtestreep na. Zijn grondkleur veranderde van
donkerbruin in lichtgeel.  Zo ging hij in vol ornaat met gespreide vinnen op ongeveer 20 cm voor het vrouwtje hangen. In schuine stand, kop omlaag, gleed hij dan schijnbaar zonder te bewegen dichter naar haar toe. Als hij tot op een bepaalde afstand genaderd was, vluchtte het vrouwtje plotseling weg naar haar schuilplaats. Na een paar minuten kwam ze dan weer tevoorschijn waarna het ritueel zich herhaalde.  Van 4 t/m 7 april heeft de man zijn hol flink uitgegraven, helemaal onder het stuk hout door waardoor het hol drie ingangen heeft gekregen. Het vrouwtje is minder schuw geworden.  Ze zoekt nu soms zelfs het contact met het mannetje op.  Ze gaat daarbij in schuine stand met de kop omhoog en met samengeknepen vinnen voor de man hangen, waarbij ze hem haar buikzijde toont.  Hij port haar dan in haar flank.  Op 12 april baltsen de dieren opvallend vaak, maar pas op 13 april komt het tot afzetten in het holletje van het vrouwtje.  Het graafwerk van de man is dus blijkbaar helemaal voor niets geweest. In de daaropvolgende dagen wordt het vrouwtje knalgeel . Haar rug- en aarsvin zijn prachtig donkerrood. De zwarte lengtestreep is verdwenen, maar daarvoor in de plaats zijn vijf schuin naar achter lopende
strepen op het bovenlichaam verschenen. De vrouw zit vrijwel constant in het holletje bij het legsel , terwijl de man de omgeving afschermt voor andere vissen in een straal van zo'n 20 centimeter. Op 20 april komen de jongen voor het eerst uit het holletje.  Ze kunnen nog niet echt zwemmen, maar dartelen nog wat rond voor de opening van het holletje.  Ze worden door moeder bijeen gehouden, de vader mag de zwerm tot op een paar centimeter naderen, maar helpt niet mee in de, verzorging.
Op 22 april zit het vrouwtje met zo'n 70 jongen achter in de bak. Tot mijn grote verbazing zit de man op 30 tot 40 cm daarvoor met een eigen schooltje jongen van ongeveer 15 stuks. Deze twee groepjes jongen staan met elkaar in contact. De beide ouders verzorgen hun deel van het kroost onafhankelijk van elkaar. De ouderdieren zijn elkaar trouwens niet vijandig gezind. Af en toe zoeken ze elkaar zelfs op om te baltsen, maar nooit komen
ze tussen elkaars jongen.  Toen ik na een paar dagen de jongen bij het vrouwtje weghaalde, had zij binnen een paar uur de jongen van de man overgenomen. Deze laatste zwierf nu dus werkeloos rond in mijn bak. Hij hielp zijn wederhelft ook helemaal niet met de verzorging of bescherming van de jongen, waarvoor hij toch eerst de alleenverantwoording had.  Bij latere kweken met deze commbraes nam ik steeds weer waar dat ieder van de ouders probeerde een deel van de jongen groot te brengen. De broedzorg duurt tot ongeveer 2 weken na het vrij zwemmen van de jongen. Als dan de jongen van de twee verschillende groepjes elkaar treffen, blijkt dat de
jongen die door de vader verzorgd werden harder gegroeid zijn dan hun broertjes en zusjes die onder moeders hoede hebben gestaan. Dit komt waarschijnlijk doordat de vader minder jongen verzorgde, waardoor per individu meer voedsel te vinden was.  Apistogramma commbrae wijkt dus qua voortplantingsgedrag nogal wat af van ander Apistogrammasoorten. Het was (is) voor mij een bijzonder interessante ervaring om dit visje in mijn bak te hebben.
© Copy-right en voorwaarden voor gebruik