Nomorhamphus liemi

Artikel beschikbaar gesteld door :


Michel Meerts
 

 


Op 7 december 2010 heb ik mijn aquarium (ADM, netto 116 x 56 x 65 h) ingericht. Zes weken later zijn de eerste vissen er in gegaan, een zestal Nomorhamphus liemi. Vooraf had ik al enigszins ingelezen over deze soort. Zo wist ik dat de mannen erg agressief tegen elkaar kunnen zijn. Mijn voorkeur ging uit naar één man en vijf vrouwen. De aquariumwinkel wilde niet verder gaan dan twee mannen en vier vrouwen, zij werden daar per paar verkocht. Later bleek dat het ging om drie mannen en drie vrouwen. De vissen waren op dat moment zo’n 5 cm groot. Na de “tewaterlating” was het al gelijk ruzie in de bak. De volgende dag lag er al één van de mannen beschadigd en dood op de bodem. De andere man werd erg behendig in het zich verstoppen. Als hij zich liet zien bij het voederen, dan werd hij door de dominante man de gehele bak door gejaagd. Ook heeft hij wel eens ruzie met de vrouwen. Hierbij treden wel eens lichte beschadigingen op bij beide en dwarrelt er een schub door de bak.
Een maand later waren er al diverse bossen planten doorgegroeid tot de oppervlakte zodat er meer schuilplaatsen ontstonden voor de opgejaagde man. De vissen groeiden als kool, mede misschien doordat ik minstens vijf dagen per week levend voer geef (witte en rode muggenlarven), en incidenteel diepvriesvoer (watervlooien en artemia). De (eierlevendbarende) vrouwen waren alle drie zwanger.

In de tussentijd werd de visbevolking uitgebreid met een zestal Rhinogobius wui en een school van 22 stuks Iriatherina werneri.

Op een gegeven moment waren alle drie de vrouwen bijna tegelijk bevallen en zwommen er een 40 tal jongen aan de oppervlakte. Ondertussen was driekwart van de oppervlakte bedekt met planten (Limnophila sessiliflora, Reuzenvalisneria, Javavaren en Ludwigia glandulosa) waardoor er genoeg schuilplaatsen waren aan de oppervlakte. Bij het voeren met muggenlarven zag ik één dag oude Nomorhamphus liemi (bijna 2 cm lang) al worstelen met de kleinste muggenlarven. Een maand lang heb ik de jongen bijgevoerd met droogvoer.
Rond half mei kon ik de siervishandel blij maken met een 35-tal 4 tot 5 cm grote Liemi’s. Later die maand heb ik de laatste vijf jonge Liemi’s kunnen vangen en het opgejaagde volwassen mannetje. Van de jongen besloot ik één vrouwtje te houden. De groep bestond nu dus uit één volwassen man, drie volwassen vrouwen en één halfwas vrouw.

De volwassen vrouwen werden steeds voller en benaderen nu de 10 cm lengte. Tot 8 cm lengte hebben de vrouwen een rechte rug, bij het uitgroeien richting 10 cm wordt de rug wat ronder van vorm. Het mannetje blijft een paar cm kleiner en is veel slanker. Ik schat in dat de vrouw driemaal zo zwaar is dan de man. Naarmate de Liemi’s groter worden krijgen zo ook iets meer kleur. De vinnen worden rood met een zwarte rand. De dominante man heeft deze kleuren niet, de opgejaagde man echter weer wel.

Het viel mij op dat mijn school Iriatherina steeds kleiner werd. Af en toe vond ik een dood en beschadigd exemplaar op de bodem van mijn bak. Bij het voeren zag ik een keer bij toeval de oorzaak. De Iriatherina’s kwamen per ongeluk in de bek van de Liemi’s bij het voeren van levend voer. Beide vissen stortten zich tegelijkertijd op dezelfde muggenlarf, waardoor de Iriatherina met de kop vast kwam te zitten in de bek van de Liemi. Op het moment dat de Liemi de Iriatherina losliet was deze al zo beschadigd dat deze het avontuur niet meer overleefde. Media februari 2012 heb ik nog slechts zes Iriatherina’s over.

Gedurende de zomer van 2011 kreeg ik last van een kaamlaag waardoor ik een oppervlakte afzuiger heb aangesloten. Toen ik op een gegeven moment slechts 3 jonge Liemi’s ontdekte begreep ik de bijwerking van de oppervlakte afzuiger en heb ik deze verwijderd.

Begin februari 2012 zijn de drie vrouwen weer gelijktijdig bevallen en zwemmen er nu weer minstens 25 jonge Liemi’s aan de oppervlakte. De drie jongen die de oppervlakte afzuiger hebben overleefd zijn nu zo’n 5 cm groot. Het gaat om één vrouw en twee mannen. De twee mannen laten zich alleen zien tijdens het voeren. De dominante volwassen man jaagt ze weg, maar achtervolgt ze niet.

De bak waarin ik de Liemi’s houd heeft veel randbeplanting die zeker driekwart van de oppervlakte bedekt. In het midden van de bak staan kortere planten (Crypto’s). De filtering geschiedt door twee Eheims (een 2080 en een 2028) waardoor er op bepaalde plekken redelijk wat stroming staat. De Liemi’s houden zich vaak op nabij de stroming. Na het voeren met levende rode muggenlarven laten de Liemi’s zich regelmatig afzakken richting bodem om daar op zoek te gaan naar voedsel. Meestal houden ze zich op in de bovenste waterlaag.

Eens per twee weken wordt 110 liter (van de netto 400 liter) ververst. Van deze 110 liter bestaat 40 liter uit osmose water. De ph wordt door CO2 bemesting en ph-controller op 7,2 gehouden. De kh is 6 en de gh 8.
Door de 4 x 54 Watt T5 en een ledlamp (die toch aardig warm wordt) loopt de temperatuur in de zomer op tot 27 à 28 graden. In de winter loopt de temperatuur terug tot 24 graden.

Binnenkort ga ik het visbestand uitbreiden met een zevental Melanotaenia boesemani. De Liemi’s zien er uit als een roofvis (“minisnoek”), maar jagen niet bewust op kleinere vissen.
Bij het zoeken naar muggenlarven op de bodem van de bak doen ze geen moeite om achter de jonge Rhinogobiussen aan te gaan. Ook daarvan heb ik in één jaar tijd minimaal 35 halfwas exemplaren kunnen weggeven.

Al met al vind ik het een interessante vis voor een groter aquarium en met wat grotere medebewoners. In eerste instantie ging het mij om de Iriatherina werneri als hoofdbewoner, aangevuld met wat bodemvissen (de Rhinogobiussen) en oppervlakte vissen (de Liemi’s). Nu beschouw ik de Liemi’s als hoofdbewoner en pas ik rest van de bevolking hieraan aan.


 PS: mocht je op zoek zijn naar deze vis en het lukt je niet om ze te bemachtigen, stuur mij dan een e-mailbericht. Ik zal ongetwijfeld een aantal jongen of halfwas exemplaren over hebben.


 

© Copy-right en voorwaarden voor gebruik